Pater Maurice Gijsbrechts: deel 1

Pater Maurice Gijsbrechts: deel 1

Met wie is Kattenbos meer verbonden dan de paters van het Heilig Sacrament? We spreken af met pater Maurits Gijsbrechts, van de Congregatie van het Heilig Sacrament (Latijnse naam: Societas Sanctissimi SacramentiS.S.S.)

Maurits begint met de ontstaansgeschiedenis.

Onze stichter Pierre-Julien Eymard was een Fransman uit de buurt van Grenoble (1811-1868) en kreeg in 1856 toestemming om een nieuwe priestercongregatie te beginnen met als doel een grote devotie van het Heilig Sacrament, d.w.z. Christus’ aanwezigheid in de eucharistie. Hij werd heilig verklaard op 9 december 1962. Eind 19de eeuw was het politiek klimaat niet echt kerkelijk gezind en werden de congregaties verbannen uit Frankrijk. Dat zorgde voor een verhuis naar Brussel, dat nu nog onze hoofdzetel heeft in Elsene.

Terug naar Kattenbos, hoe zijn de paters hier terecht gekomen?

Onze congregatie had een Vlaams juvenaat (=school met doel opleiding tot kloosterling) in de buurt van Namen, dat te klein werd. Op 12 maart 1938 besliste de gemeenteraad van Lommel om 12 ha “slechte” heidegrond in de nabijheid van het station te verkopen aan de paters. Voorwaarde was dat de op te richten kapel altijd toegankelijk moest zijn voor de toen weinige bewoners van de Cattenbosch Eyndergatbeek”. De bouw kon beginnen, maar de 2de Wereldoorlog zorgde ervoor dat het een uitvalsbasis werd voor achtereenvolgens Duitse, Engelse en Amerikaanse militairen.

Tussendoortje uit: “Alle wegen leiden naar Lommel…” van Victor Mennen: door de komst van de paters besliste de Lommelse gemeenteraad de straatnaam Varkensbaan af te schaffen en te vervangen door Oude Diestersche Weg (1938). Tot 1955 werd dë diestërsëbouwën nog gebruikt, nu Oude Diestersebaan.

Vergeet ook niet dat er per toeval de vondsten uit een grafveld in onze tuin nu in Museum De Kolonie bewaard worden.

Zondag 25 november 1939 werd de kerk en het klooster ingewijd door de bisschop van Luik, Monseigneur Kerkhofs. In 1948 werd Kattenbos een officiële parochie en hebben onze paters voor volgende pastoors gezorgd: G. Hoogstraeten was pastoor van 1948 tot 1958. Hij kreeg bij zijn zilveren priesterjubileum in 1957 van de parochie een bromfiets als geschenk. Pastoor A. Megens was van 1958 tot 1980 parochieherder en hielp mee aan de eerste verbouwing van de parochiezaal. J. Deferme woonde in het huis Roosen dat als pastorie dienst ging doen van 1980 tot 1986 en richtte een eigen ziekenzorgwerking uit. M. Luyten van 1986 tot 1994, zette een parochieraad en doopsel, vormsel, catechese en plusserswerking op punt. O. Termote van 1994 tot 1998. Hij was al 13 jaar lang aalmoezenier in het Maria Middelares ziekenhuis. Er kwam een kinderkoor o.l.v. zuster Mia Van Eygen en Br. Guido. L. Bollen was van 1998 tot 2003 pastoor, daarna werden priesters van het bisdom pastoor op Kattenbos: G. Stinkens, G. Jansen en J. Lamers. Nu verzorgt pater B. Janssen afwisselend met W. Guinier de misvieringen.

Laat ons terug hebben over jouw verblijf hier op Kattenbos.

Na WO2 in 1945 kon onze school echt van start gaan als een internaat met de richting Latijn-Grieks. Zelf startte ik hier in 1954 mijn humaniora als Kwaadmechelaar, door toedoen van E.H. Beliën. Dan volgden 2 jaar noviciaat in Bitsingen samen met broeder Guido en Lambert Jansen. Daarna in het frans hogere studies in Zwitserland (Fribourg) gevolgd door 1 jaar legerdienst en mijn theologiestudies in Leuven. Onze huisvesting was toen ook in ons huis-hoofdzetel in Elsene. Aan zowel mijn studiejaren in Zwitserland als Leuven houd ik mooie herinneringen en ervaringen over omdat je in contact kwam met vele nationaliteiten. Het was de tijd van mei ’68, de rakettenbetogingen, Leuven Vlaams en het nieuwe Vaticaans concilie. Veel kon, niets moest! En onmiddellijk na mijn studies werd ik eerst surveillant bij de grote leerlingen zoals dat toen heette en daarna leraar godsdienst. We bleven onderwijs verzorgen hier op Kattenbos tot 1996. De meeste paters hadden een opdracht in het Eymardinstituut. Tot 120 internen waren er en om voor eten te zorgen. We hadden een serieuze tuin en fruitgaard en zelfs een boerderij waar broeder Jef de plak zwaaide. Tot 10 000 legkippen hadden we en broeder Eymard beheerde ze met liefde. We hadden ook 2 klassen lager onderwijs met als meesters: Winters en Simons. De BLO school kwam in 1996 in onze gebouwen na onze verhuis naar het klooster naar Hoog Kattenbos. In 1979 ontstond de Lommelse scholengemeenschap en werd onze school een eerstegraadschool en verdween de opleiding Latijn-Grieks, het internaat bleef nog.

Officieel ben je provinciaal van Pierre-Julien Eymard, wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Het is zo dat ik sinds 2003 de leiding heb over de verschillende huizen in België en bij uitbreiding Nederland, Duitsland en Mozambique. Eigenlijk kan je dat maximaal 2 keer 4 jaar zijn. Doordat Frankrijk en Zwitserland er in 2014 bijkwamen werd ik opnieuw tot provinciaal verkozen; de laatste keer in 2018 tot 2022 en dan zal het wel goed geweest zijn (lachend). De rooms-katholieke wereld is aan het verschuiven, dat is wel duidelijk als je weet dat in de communiteit in Mozambique dit jaar 4 wijdingen zijn en 6 jonge roepingen. Daarnaast is er een boom in de Filipijnen en Vietnam met zelfs 120 kandidaat kloosterlingen. Samengevat bestaat onze provincie uit 12 kloostergemeenschappen en 93 religieuzen. En op onze communiteit hier in Kattenbos zijn we met nog 7: broeder Guido en 6 paters: B. Schols, B. Janssen, R. Goossens, F. Jackers, J. Deferme en ikzelf. Vorige week werd onze “jongste” 71 jaar. Elke zondagavond om 20 uur zetten we de TV uit en overlopen we de week en overleggen samen. Maar wat er na ons zal gebeuren  hebben we nog niet bij stilgestaan.

Volgende maand lees je meer over ons interview met pater Maurits Gijsbrechts.

Sluit Menu